dokwerker
mannelijk (de)/ˈdɔkˌʋɛr.kər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (scheepvaart) iemand die in de havens werkt
Etymologie
* Leenvertaling van Engels "dockworker", "dock worker", voor het eerst aangetroffen in de 19e eeuw, zie vindplaats hieronder.
Vertalingen
Engelsdockworker
Fransdocker, débardeur
DuitsHafenarbeiter
Spaansdescargador
Portugeesestivador
Poolssztauer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek