dokkeren

Betekenis

werkwoord
  1. (met een fiets) stuiteren over kasseien; geluid maken met wielen over een oneffen weg
    Nog een laatste keer dokkeren over de steentjes, nog een laatste keer diepgaan. Want zo hoorde dat nu eenmaal.
    Wie eenmaal met eigen ogen de stenen schots en scheef heeft zien liggen, kan zich misschien een beetje een voorstelling maken van de pijn die het moet doen om op twee smalle bandjes over de boerenweggetjes te dokkeren.

Etymologie

* klanknabootsing