doka
mannelijk/vrouwelijk (de)/'doka/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kamer zonder daglicht waarin foto's kunnen worden ontwikkeld en afgedruktVanaf zijn 27ste werd het obsessiever. Hij kocht een analoge camera, ontwikkelde zelf de rolletjes en bouwde een doka in de badkamer; langzaam begon hij de techniek te snappen. Dat moet handiger kunnen, dacht hij als hij iets las. Ging hij eigenwijs zelf het wiel uitvinden, waarbij hij meestal uitkwam bij wat er al op internet stond. Maar ja, de camera beheersen was één ding; hij moest ook iets hebben om te maken. Volkskrant Margot C. Pol 5 november 2016,
Etymologie
*afkorting van donkere en kamer
Vertalingen
Engelsdarkroom
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek