dogla

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɔɡla/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand van gemengd ras
  2. iemand van gemengd Hindoestaanse en Creoolse afkomst
    Van de 72.340 Surinamers met een gemengde afkomst, hebben er vervolgens 14.651 een ‘volbloed’ Hindoestaanse vader of moeder. Mensen met gedeeltelijk Hindoestaans en gedeeltelijk Afro-Caraïbisch bloed worden ook wel Dogla genoemd in de volksmond.

Etymologie

* Surinaams-Nederlands , uit Hindi (Bhojpuri) "दोगला" (dōgalā) “halfbloed”, “hybride, bastaard”.