doelwit
onzijdig (het)/'dulwɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het punt waarop men zijn schiettuig richtHet schot ging net naast het doelwit.
- meer figuurlijk: het punt waarop men iets richtHij was altijd het doelwit van pesterijen.Ik rende hard weg maar werd achtervolgd door een zwerm zwarte insecten. Pas 100 meter verder durfde ik te stoppen om de schade op te nemen. Vooral mijn linkerkuit was het doelwit geweest en werd met de minuut dikker en pijnlijker.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
DuitsZiel, Zielscheibe
Russischцель, мишень
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek