doelloosheid
vrouwelijk (de)/du'loshɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het doelloos zijnDe doelloosheid van de oorlog was helaas niet voor iedereen duidelijk.
Etymologie
* afgeleid van doelloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afgeleid van doelloos