doedelzak
mannelijk (de)/ˈdudəlˌzɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een rietinstrument waarbij het riet indirect bespeeld wordt via een luchtzakIn de zogenoemde Keltische muziek wordt vaak van doedelzakken gebruik gemaakt.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1783
Vertalingen
Engelsbagpipes, doodlesack
Franscornemuse
DuitsDudelsack, Sackpfeife
Spaansgaita, gaita gallega
Italiaanscomusa, cornamuse, zampogna
Portugeesgaita-de-fole
Russischволынка
Japansバグパイプ
Arabischمزمار القربة, القربة
Poolskobza
Zweedssäckpipa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek