dodo
mannelijk (de)/ˈdodo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (duifachtigen) uitgestorven loopvogel op MauritiusDe dodo werd ook wel walgvogel or dront genoemd.
Etymologie
* Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘uitgestorven vogelsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1853
Uitdrukkingen
- Een dappere dodo. — Een held zonder vrees, genoemd naar de hoofdpersoon in de eerste kinderserie van de KRO in de jaren 1950.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek