doctrine

vrouwelijk (de)/dɔk'trinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek, religie (politiek) (religie) een verzameling leerstellingen of dogma's die niet ter discussie staan
    Sander leek wel een sekteleider, dacht hij. En ik de domoor aan wie de leer via doctrine moest worden doorgegeven.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘leerstelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1529

Vertalingen

Engelsdoctrine
Fransdoctrine
DuitsDoktrin
Spaansdoctrina
Italiaansdottrina
Portugeesdoutrina
Poolsdoktryna
Deensdoktrin