dobermannpincher

mannelijk (de)/ˈdobərmɑnˌpɪnʃər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Duits ras van grote, slanke zwart-bruine honden die vaak als waakhond worden gebruikt
    Boxers, bouviers, Deense doggen en dobermannpinchers mogen niet meer tentoongesteld worden met gecoupeerde oren.

Etymologie

*(eponiem), van "Dobermann-Pinscher", de , in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1919Het is niet duidelijk of het Duitse "Pinscher" afkomstig is van het Engelse "pinch" "knijpen" of verwijst naar de streek in Oostenrijk.

Vertalingen

EngelsDobermann Pinscher
Spaansdóberman