dixit

/ˈdɪksɪt/

Betekenis

voorzetsel
  1. volgens, aldus (geplaatst voor de aanduiding van degene die de aangehaalde uitspraak deed)
    De recensies over Wijnberg klinken soms vrijwel wanhopig: ‘Waarom laat hij ons aan ons lot over?’ vraagt Arjan Peters zich af. ‘Een eigenaardig boek, meer kan ik er niet over zeggen’, dixit Jacques Vogelaar.
    Maar het centrum is wel de stad die zes dagen per week wordt gezien en ervaren door de talloze tijdelijke verblijvers die thans ‘de goed uitgeruste regionale stad’ (dixit het Structuurplan Vlaanderen) maken tot wat ze is: een beetje woonstad, een beetje passantenstad.
    Er werd beslist om twee toneelklassen te laten bestaan, maar de theorielessen moesten samensmelten. Zover kwam het echter niet, want eind 1996 en verschillende protestacties later kon de Studio onverwacht een sponsor verwelkomen. Daardoor werd het argument van de ‘te dure opleiding’ (voorlopig) ontkracht, hoewel het voortbestaan van de school nog steeds wordt bedreigd, dixit artistiek leider Decleir in december 1997.
  2. citerend (als achterzetsel geplaatst na de aanduiding van degene die de aangehaalde uitspraak deed, om er extra nadruk op te vestigen dat het om een citaat gaat)
    ‘Het rijm is het wezen van de poëzie.’ Komrij dixit.
    De naar eigen zeggen feministische auteur had eigenlijk alleen werk van vrouwelijke auteurs willen onderzoeken maar kon om Couperus' ‘De stille kracht’ en Daums ‘Nummer elf’ niet heen. Uit ‘het damescompartiment’ (Nieuwenhuys dixit) koos ze werk van Annie Foore, Melati van Java en Thérèse Hoven, schrijfsters die, zo meent zij, ‘gemarginaliseerd zijn’ door ‘bevooroordeelde’ manlijke critici als Busken Huet en Nieuwenhuys.
    Men zou hierop kunnen antwoorden, dat de mens te beschouwen is als de som van zijn daden (Malraux dixit), en zo ook de dichter, de dichter-‘persoonlijkheid’, als de som van zijn gedichten.

Etymologie

*wellicht onder invloed van het e "dixit" van het Meestal is het nog goed mogelijk om dit woord op te vatten als een aanhaling uit het Latijn "hij of zij heeft het (letterlijk) zo gezegd" en net als in het Latijn is het mogelijk om de aanduiding van de geciteerde vóór dit woord te zetten en het zo wat extra nadruk te geven. In het Nederlands lijkt "dixit" zich tot een voorzetsel te hebben ontwikkeld, daarom wordt het hier zo beschreven.