distribueren
/dɪstriby'erə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) uitdelen, verspreiden, bezorgen, rondbrengen- Hij distribueerde de flyers in de stad.- PostNL distribueert veel pakketjes van webshops die zelf geen distributienetwerk hebben.
Etymologie
*afgeleid van het Franse distribuer of daarvoor van het Latijnse 'distribuere' (verdelen) (of 'tribuere' (toedelen, toekennen) )
Vertalingen
Fransdistribuer
Spaansdistribuir, repartir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek