disselboom
mannelijk (de)/dɪsəlboːm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mechanisme om meerdere paarden of andere dieren samen een gespan te laten vormen; door de hefboomwerking kon een jonger dier opgeleerd worden (en kreeg het een langere lastarm)Door het combineren van meerdere disselbomen kon een drie- of vierspan gevormd worden (ieder dier kon trekken al naargelang zijn kracht)Arme boeren konden een ossenspan vormen; wanneer er niet genoeg ossen meer waren kon ook een koe bijgelegd wordenEnkel het oudste dier werd gemend; de andere dieren volgden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek