disgenoot

mannelijk (de)/'dɪsxənot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand waarmee je samen een maaltijd gebruikt
    Een paar honderd meter verderop, in bistro De Kolenbrander, gaat de familie Töpfer uit Eibergen aan tafel. Perfect, vindt vader Töpfer het rookverbod. Niets smerigers dan een rokende disgenoot, als je net van je hoofdgerecht zit te genieten. Zijn dochters zijn vooral blij dat er ook in discotheken niet meer gerookt mag worden, want ze hebben op de dansvloer al een aantal keren een brandende peuk tegen hun blote arm gehad. Tubantia 30-06-08 [https://www.tubantia.nl/hengelo-e-o/requiem-voor-de-laatste-openbare-peuk~a7719ccc/ Requiem voor de laatste openbare peuk]
    Mensen die meer dan 1000 dollar weten in te zamelen voor 1 september aanstaande, maken kans een vorkje te prikken met 'Dr. McDreamy'. Leuk extraatje is dat de acteur dit etentje bij hem thuis in Kennebunkport zal geven. De disgenoten van Patrick worden door officials geselecteerd en mogen elk een gast meenemen. De Telegraaf 06 aug. 2018 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/2395057/eten-voor-het-goede-doel-met-dr-mc-dreamy Eten voor het goede doel met Dr. McDreamy]