dirigent
mannelijk (de)/diri'ɣɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek), (beroep) een leider van een orkest, koor of ander muziekgezelschapDe dirigent wilde dat we onze stukken beter oefenden.Kavakos is een rare dirigent, bleek na de pauze in een wisselvallige, maar enerverende Vierde symfonie van Brahms. Nu met baton en groot orkest lichtte hij schitterende details uit. Op cruciale momenten bracht hij zijn organische timing zeer nauwkeurig over op de musici. Maar in plaats van die precisie te bewaren ontaarde zijn slag even later in zwierige vaagheid en liep alles ongelijk. NRC Joep Stapel 19 februari 2016Hierna tikte hij tweemaal kort met zijn hand op Eveliens bovenbeen. Als een dirigent die om de eerste maten van zijn orkestleden vraagt.
Etymologie
*Afkomstig van het Latijnse werkwoord dirigere (= besturen)
Vertalingen
Engelsconductor
Franschef d’orchestre
DuitsDirigent
Spaansdirector de orquesta
Italiaansdirettore d’orchestra
Portugeesmaestro
Zweedsdirigent
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek