woorden
boek
Start
›
D
›
diptiek
diptiek
/dɪp'tik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
tweeluik
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'ptuchè' (vouw)
Vertalingen
Frans
diptyque
Spaans
díptico
Verwante woorden
dipt
dipte
dipten
diptieken
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← dipten
diptieken →