dippen
//
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets even in een vloeistof dopenEen chip in de dipsaus dippen.
- (inerg) (psychologie) tijdelijk in een negatieve stemming verkerenNu de verkering uit is zal zij wel dippen.
- (erga) (wiskunde), (elektronica) een kortdurende verlaging van een (meet-) waardeBij het geleidelijk opvoeren van de frequentie zal de stroommeter bij de resonantiefrequentie even dippen.
- (inerg) (sport) bepaalde krachtoefening voor de bovenarmen
Etymologie
* In de betekenis van ‘eventjes indopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1829
Vertalingen
Engelsdip, dip, dip
Franstremper
Duitseintauchen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek