diplopie
vrouwelijk (de)/diplo'pi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) dubbelzien
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het dubbelzien’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Engelsdiplopia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek