dingo
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) een verwilderde hondensoort die vooral voorkomt in Australië en vermoedelijk afstamt van de Indische steppewolf (). Waarschijnlijk is hij zo'n 5000 jaar geleden door mensen als huisdier meegenomen. Hij is echter weer verwilderd en heeft daardoor als exoot een leefwijze ontwikkeld die sterk lijkt op die van wolf
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, zie aldaar. In de betekenis van ‘hondachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1869
Vertalingen
Engelsdingo
Fransdingo
DuitsDingo
Italiaansdingo
Portugeesdingo
Japansディンゴ
Poolsdingo
Deensdingo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek