dillezaad
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɪləˌzat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) zaad van uit de schermbloemenfamilie ()
- (voeding) zaden van die gebruikt worden als kruidIk stamp een specerijenmengsel van ongeveer gelijke delen korianderzaad, dillezaad, saffloer (nep-saffraan), bonenkruid, fenegriek, gedroogde laurier en gedroogde rode peper, strooi dat over kippenvleugeltjes en braadt die.
Vertalingen
Engelsdill seed
DuitsDillsaat
Spaanssemillas de eneldo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek