dillezaad

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɪləˌzat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) zaad van uit de schermbloemenfamilie ()
  2. voeding (voeding) zaden van die gebruikt worden als kruid
    Ik stamp een specerijenmengsel van ongeveer gelijke delen korianderzaad, dillezaad, saffloer (nep-saffraan), bonenkruid, fenegriek, gedroogde laurier en gedroogde rode peper, strooi dat over kippenvleugeltjes en braadt die.

Vertalingen

Engelsdill seed
DuitsDillsaat
Spaanssemillas de eneldo