dijkval

mannelijk (de)/'dɛɪkfɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verschijnsel waarbij door verdieping van de vooroever, in combinatie met losgepakt zand in de ondergrond, een dijk inzakt en in de stroomgeul verdwijnt
    Dijken breken meestal door, omdat het water onder de dijk doorsijpelt en de dijk niet breed genoeg is om dat ondergrondse doorsijpelen van het water tegen te gaan. Als het lang genoeg doorgaat, zakt op een goed moment die dijk in elkaar, of er nu hoog water is of niet. Het is een kwestie van chronische ondermijning. Je hebt een bepaalde breedte en zwaarte nodig om die chronische ondermijning te ondervangen. Dat is het grootste gevaar voor dijkval.

Vertalingen

Engelsdike slide