woorden
boek
Start
›
D
›
dijkbreuk
dijkbreuk
mannelijk (de)
/'dɛɪɡbrøk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het bezwijken van een waterkering, waarbij deze doorbroken wordt
Door die onverwachte dijkbreuk liep de hele polder onder.
Verwante woorden
Dijk
dijkaanleg
dijkage
dijkages
dijkbebouwing
dijkbeheer
dijkbeheerder
dijkbekleding
dijkbesturen
dijkbestuur
dijkbewaking
dijkbouw
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← dijkbouw
dijkbreuken →