dijbreuk

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fractuur van het dijbeen
    Ik heb negen uur op de grond gelegen met een hersenschudding en een dubbele dijbreuk. Niemand hoorde mijn hulpgeroep.' NRC Liesbeth Weeda 30 augustus 1990 [https://www.nrc.nl/nieuws/1990/08/30/snelle-actie-nodig-om-huizen-van-de-ondergang-te-redden-6939364-a103967 Snelle actie nodig om huizen van de ondergang te redden]
    Hij liep een open dijbreuk op en werd naar het ziekenhuis overgebracht. De Standaard 18 NOVEMBER 2006 [http://www.standaard.be/cnt/g4f14naud Mountainbiker aangereden]
    Welkom in Afrika: de kersverse voorzitter van een groot fonds beschrijft zijn eerste dag in het olierijke Nigeria. Hij ziet een zwaar auto-ongeval, een zesjarige jongen loopt een schedelbreuk en dijbreuk op met zware inwendige bloedingen. De Standaard 01 DECEMBER 2008 [http://www.standaard.be/cnt/tc23ffi2 De fabel van de vieze ziekte]
  2. hernia femoralis
    Dijbreuk: aandoening (meestal bij vrouwen), waarbij een uitstulping vanuit de buikholte tussen de voorzijde van het bekken en de liesband komt dokterdokter.nl [https://www.dokterdokter.nl/encyclopedie/dijbreuk/item34775 dijbreuk] geraadpleegd 10 december 2018

Vertalingen

Engelsinguinal hernia