diftong

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɪftɔŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een foneem dat uit twee klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
    Het overgaan van een monoftong in een diftong wordt diftongering genoemd.

Etymologie

*Afkomstig van het Oudgriekse δίφθογγος ()

Vertalingen

Engelsdiphthong
Fransdiphtongue
DuitsDiphthong, Zwielaut
Spaansdiptongo
Italiaansdittongo
Portugeesditongo
Poolsdyftong
Zweedsdiftong