diervoeding

vrouwelijk (de)/ˈdirvudɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eten dat geschikt is om door dieren te worden opgegeten
    Alleen winkels die in hoofdzaak levensmiddelen, drogisterijartikelen en diervoeding verkopen mogen open zijn.
    Ronald Corbee, specialist in diervoeding en verbonden aan de Universiteit Utrecht. "Als iemand denkt dat een kattenziekte verband houdt met voer, dan komt het uit bij mij. En ik heb nog geen meldingen binnengekregen."

Vertalingen

Engelsanimal nutrition, animal feeding