dictator

mannelijk (de)/dɪk'tatɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) iemand die als enige de macht in een land in handen heeft
    Er heerste een euforische stemming na het vertrek van de gehate dictator.
    Veel kritische noten zijn er tijdens de ‘Het Team’ daarom niet te verwachten. Maar dat de Russische realityshow unieke tv op gaat leveren, staat bij voorbaat vast. De Tsjetsjeense bergen zijn adembenemend, en de bevolking is kleurrijk - ‘woest’ zeggen ze in Rusland. Kadyrov is een charismatische dictator, een gedrongen worstelaar in vreemde kostuums, met een steeds langer wordende rossige baard. Presentator Kortsjevnikov is de wat onhandige schoonzoon aan zijn zijde. Als hij van vermoeidheid struikelt over zijn eigen benen, vangt Kadyrov hem op. „Staan!” NRC Steven Derix 2 juli 2016
  2. heerszuchtig persoon
    Slave City is een artistieke dictatuur. Als je dat beseft is ineens ook het machtsvraagstuk opgelost: de grote dictator, die aan alle touwtjes trekt is Van Lieshout zelf. Maar zelf blijft hij dus buiten beeld. NRC Hans den Hartog Jager 28 juni 2016

Etymologie

* van dicteren

Vertalingen

Engelsdictator
Fransdictateur
DuitsDiktator
Spaansdictador