dichtheid
vrouwelijk (de)/ˈdɪxthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (maatschappelijk); compactheid
- (natuurkunde) (scheikunde) grootheid voor aantal eenheden per lengte, oppervlak of inhoudDe dichtheid en de samenstelling van de coma moeten juist door Giotto worden onderzocht.De soortelijke dichtheid van Eros is 2,7 gram per kubieke centimeter - vergelijkbaar met de dichtheid van de aardkorst - en die dichtheid is overal in het inwendige van de planetoïde gelijk.
- het dicht zijn (d.w.z. zonder gaten) zoals bij kierdichtheid
Etymologie
*Afgeleid van dicht .
Vertalingen
Engelsdensity, compactness
Fransdensité
DuitsDichte
Spaansdensidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek