dichtdoen

/'dɪɣdun/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) sluiten
    Heb je de deur dichtgedaan?
    "We willen altijd toezicht hebben op wat er in de tunnel gebeurt", zei een woordvoerder in het NOS Radio 1 Journaal. "Als er niemand in de verkeerscentrale is om toezicht te houden en ook snel af te sluiten als er een ongeval gebeurt, betekent het dat we de tunnel dicht moeten doen."