diameter

mannelijk (de)/'dijametər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) middellijn van een cirkel of bol
    De verhouding tussen de omtrek van een cirkel en de diameter heet π en is ongeveer 22/7.
  2. de dikte van een rond of bol voorwerp
    - Een bezemsteel met een diameter van drie centimeter.
    - ‘It’s definitely bigger than te last one”, zucht Jeff Goldblum als een buitenaards ruimteschip met een diameter van 4.500 kilometer langs de maan schraapt en in de Atlantische Oceaan landt om de aardkern op te zuigen. („Waar is hij in de Oceaan geland?” „In de hele Oceaan!”) En onderweg een assortiment Aziatische wolkenkrabbers op de Tower Bridge smakt. NRC Coen van Zwol 22 juni 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘middellijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1625

Vertalingen

Engelsdiameter
Fransdiamètre
DuitsDiameter, Durchmesser
Spaansdiámetro
Portugeesdiâmetro