diagnose

vrouwelijk (de)/ˌdijaˈɣnozə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) vaststelling van een ziekte
    De dokter heeft de verkeerde diagnose gesteld.
    „Wij zien sinds enkele jaren steeds vaker hoogbegaafde kinderen en jongeren met een psychiatrische diagnose”, zegt Hoogeveen, een gz-psychologe die veel hoogbegaafde leerlingen begeleidt. „In veel van die gevallen twijfelen wij of die diagnose terecht gesteld is.” NRC Julie Wevers 18 juni 2016
    Een bezoek aan haar huisarts en de apotheek. De diagnose en de medicatie waren wat haar betrof twee zaken onder dezelfde noemer.
  2. vaststelling (van de oorzaak van een probleem)
    Zijn diagnose was simpel: het monetaire beleid heeft onder Draghi gedaan wat het kon; meer is nauwelijks mogelijk. NRC 11 mei 2016

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'gnosis' (kennen)

Vertalingen

Engelsdiagnosis
Fransdiagnostic
DuitsDiagnose
Spaansdiagnóstico
Italiaansdiagnosi
Portugeesdiagnóstico, diagnose
Turksteşhis, diyagnoz, tanı
Poolsdiagnoza
Zweedsdiagnos
Deensdiagnose