dia

mannelijk (de)/ˈdija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fotografie (fotografie) een diafilm, een fotografische film die een positief beeld geeft dat direct goed zichtbaar geprojecteerd kan worden
    - Een filmrol bestaat eigenlijk uit een groot aantal dia's die zeer snel na elkaar worden geprojecteerd.
    - De fragmenten uit de roman fungeren als zéér precieze onderschriften. Hermans schrijft: ‘Mijn bagage weegt bij elkaar nog net geen dertig kilo. Dit blijkt opnieuw als koffer en rugzak worden gewogen op de luchthaven, die een houten gebouwtje is, waaruit een smalle, maar zeer lange steiger in het water uitsteekt. Verder niets.’ Het is heel precies wat je op de foto ziet. De dia’s leiden je stap voor stap door het boek. NRC Arjen Fortuin 8 februari 2016

Etymologie

*afgeleid van het Griekse: 'dia' (door)

Vertalingen

Engelsslide
Spaansdiapositiva