devies

onzijdig (het)/dəˈvis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. woord of korte tekst (bijv. een spreuk) die snel en tegelijkertijd duidelijk een bepaalde boodschap moet overbrengen
    Achttien nieuwe plannen tegen drukte: Wethouder Ollongren komt met nieuwe plannen om de overlast door toeristen te beperken. Spreiding is het devies. NRC Bas Blokker 10 juni 2016
  2. economie (economie) waardepapier

Etymologie

* Via Middelnederlands / van "devise". Verder te herleiden tot Latijn divisum (› dividere; zie ook divisie) . In de betekenis van ‘zinspreuk’ voor het eerst aangetroffen in 1525

Vertalingen

Engelsmotto
DuitsMotto
Spaanslema
Italiaansmotto
Portugeeslema
Russischдевиз
Japansモットー
Poolsmotto
Zweedsvalspråk
Deensmotto