deuken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een deuk of deuken maken in ietsTot zijn schrik merkte hij dat zijn nieuwe wagen gedeukt was.
Etymologie
* In de betekenis van ‘een buts maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1772
Vertalingen
Engelsdent
Franscabosser, bosseler
Duitsverbeulen
Spaansabollar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek