destructor

mannelijk (de)/dɛsˈtrʏktɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. veeteelt (veeteelt) installatie die kadavers verbrandt of er diermeel en vet uit maakt
    Kuikens met open buikjes, lamme pootjes of van onvoldragen groei verdwijnen, samen met de eierschalen, tussen de scherpe messen van de destructor.
  2. informatica (informatica) in objectgeoriënteerde programmeertalen een laatste reeks instructies die altijd wordt uitgevoerd vlak voordat het object waar zij bijhoort uit het geheugen kan worden verwijderd
    De tegenhanger van de constructor is de destructor die uitgevoerd wordt wanneer het object wordt vernietigd.

Etymologie

*van modern Latijn "destructor", vergelijk "destructor"