dessert

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) het (meestal zoete) gerecht waarmee een maaltijd wordt afgesloten
    Eén van ons ruilt het dessert in voor iets héél spannends van de toetjeskaart: eendenlever met eekhoorntjesbrood, macadamia, karamel, kip en balsamico (supplement 5,-)… ja echt, dit heet een dessert! NRC Petra Possel 27 mei 2016
    Nu moet Le Mistral het hebben van die paar oude getrouwen die van de snelweg afslaan. Echte Franse truckers, routiers die van goed eten houden. 'Voor mij is een fatsoenlijke maaltijd: entree, plat, kaas, dessert, zegt Frédéric Deidier (49), terwijl hij enthousiast op zijn enorme buik kletst.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘nagerecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1663

Vertalingen

Engelsdessert
Fransdessert
DuitsDessert, Nachtisch
Spaanspostre
Italiaansdessert
Portugeessobremesa
Zweedsefterrätt
Deensdessert