desem
mannelijk (de)/'desəm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een zuurdeeg op basis van wilde gisten en bacteriënBrood gebakken met desem heeft meestal een donkerbruine korst.
Etymologie
* In de betekenis van ‘zuurdeeg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek