dergelijk

/ˈdɛrɣələk/

Betekenis

voornaamwoord
  1. van deze soort, overeenkomstig, zodanig, dusdanig, zulk, zo'n
    Dergelijk werk wordt vandaag niet meer vervaardigd.
    ‘Thuis zitten we ook met dergelijke vragen. Mijn kind hoest, die hebben we vandaag thuisgehouden. De school vraagt ouders ook om dat te doen.’
    Waarom God hun alle drie een dergelijke gunst had verleend, was onmogelijk te begrijpen, evenmin waarom hij in hun jeugd hun vader en oom tot zich had genomen door hen te laten verdwijnen op zee.

Etymologie

| dergelijks

Uitdrukkingen

  • en dergelijkeen meer van overeenkomstige zaken

Vertalingen

Duitsdergleiche, dergleichen
Spaansigual, tal