deren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) schade doen, gewond raken, pijn krijgen
    Niets scheen hem te kunnen deren.
    Niemand werd gedeerd.
    De PVV-Kamerleden roffelen op hun kamerbankjes, om steun te betuigen aan hun leider. Dat SP-leider Jimmy Dijk hun toebijt dat dit ‘37 applaudisserende mensen’ zijn die ‘144.000 euro per jaar in hun zakken steken en niet eens naar debatten komen’, lijkt hen niet te deren.[https://www.parool.nl/nederland/emoties-lopen-hoog-op-in-de-pvv-wandelgangen-een-schande~bcbb66eb/ www.parool.nl (4 jun 2025)]

Etymologie

* In de betekenis van ‘schade doen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Vertalingen

Engelsharm
Duitsschaden