derailleur

mannelijk (de)/derɑ'jør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) versnellingsmechanisme dat de fietsketting aan het achterwiel of de trapas naar een groter of kleiner versnellingsblad leidt (en vice versa) en daardoor de overbrengsverhouding (het verzet) verandert

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versnellingsmechanisme van een fiets’ voor het eerst aangetroffen in 1951