deputaatschap
onzijdig (het)/depy'tatsxɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- afvaardiging van een protestantse kerk"De uitkomsten zijn stevig binnengekomen", zegt ouderling Kasper Nipius van het Deputaatschap Diaconale Maatschappelijke Zorg van Gereformeerde Gemeenten in het Nederlands Dagblad. "Je hoopt stiekem dat het meevalt, maar de cijfers geven wel aan dat meer preventie nodig is. We moeten hier als kerken mee aan de slag."Hoewel de VU niet is opgericht als kerkelijke universiteit, had met name de theologische faculteit tot de jaren 70 een sterke binding met de Gereformeerde Kerken in Nederland. Zo bestond er in de Gereformeerde Kerken een apart deputaatschap dat de verstandhouding tussen de Kerk en de faculteit Theologie van de VU regelde.
Etymologie
* afleiding deputaat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek