dentaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/dɛnˈtal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fonetiek) medeklinker die met de tong op een bepaald punt tegen de tanden of tandkassen aan gedrukt gevormd wordt
Etymologie
*van het Latijnse 'dentalis' of dente (tand)
Vertalingen
Engelsdental, dental consonant, dental
Fransdentale, consonne dentale, dental
Spaansconsonante dental, dental
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek