demon

mannelijk (de)/'demɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een boze geest of gevallen engel of ander bovennatuurlijk wezen
    Aan iedere doodszonde wordt een bepaalde demon toegeschreven.
    Met het goed gemikt openen en sluiten van een luik tussen twee ruimtes krijgt Maxwells demon alle warme moleculen aan de ene en alle koude aan de andere kant. NRC Bruno van Wayenburg 8 januari 2016
    Er is niemand anders in jouw hoofd. Jij stelt de vragen zelf, demonen bestaan niet. Jij bent jouw eigen demon.

Etymologie

*van het Latijnse daemon (geest; demoon); van het Oudgriekse δαίμων, daímôn (goddelijkheid;geest)

Vertalingen

Fransdémon
Spaansdemonio