delict

onzijdig (het)/də'lɪkt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. misdaad (misdaad) een gedraging die bij de wet verboden is zowel de ernstige misdaden als de minder ernstige overtredingen
    Op delicten rust straf.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘strafbaar feit’ voor het eerst aangetroffen in 1503

Vertalingen

Spaansdelito