del

vrouwelijk (de)/dɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) ordinaire vrouw, onkuise vrouw, een meisje van lichte zeden
    Wat een del van een buurvrouw heb jij!
  2. een kleine komvormige laagte of kuil, een duinvallei

Etymologie

* In de betekenis van ‘duinvallei’ voor het eerst aangetroffen in 1290

Vertalingen

Engelsslut, tart
Franssalope, garce
DuitsSchlampe, Flittchen
Spaanspuerca