dekschub

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɛksxʏp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schub die iets afdekt o.a.:
  2. schub aan de voet van een bloemkelk
  3. de onderste schub van de kegel van naaldbomen
  4. bovenste schub op een vlindervleugel