dekschub
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɛksxʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schub die iets afdekt o.a.:
- schub aan de voet van een bloemkelk
- de onderste schub van de kegel van naaldbomen
- bovenste schub op een vlindervleugel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek