deklaag

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɛklax/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) bedekkende verflaag
    Tien donkere deuren, om de zes meter aan elke kant één. Op de bruine deklaag stond in het wit in twee talen een aanduiding.
  2. bouwkunde (bouwkunde) bedekkende gesteentelaag
  3. plantkunde bovenste laag van enige beschutting o.a. (plantkunde)
  4. bouwkunde (bouwkunde) bovenste rij stenen van een muur