deklaag
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɛklax/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) bedekkende verflaagTien donkere deuren, om de zes meter aan elke kant één. Op de bruine deklaag stond in het wit in twee talen een aanduiding.
- (bouwkunde) bedekkende gesteentelaag
- bovenste laag van enige beschutting o.a. (plantkunde)
- (bouwkunde) bovenste rij stenen van een muur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek