dekken
/ˈdɛkən/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voorzien van een dakDat huis is met riet gedekt.
- (ov) de tafel ~ alles op tafel leggen en zetten voor het houden van een maaltijdZij dekte de tafel voor het kerstmaal.
- (ov) een verzekering voor een eventualiteit afgesloten hebbenHet geleden verlies bleek maar gedeeltelijk gedekt.
- (ov) ondersteuning voor iets verlenenDe regering dekte zijn eigenzinnige optreden niet langer.
- (ov) (dierkunde) (veeteelt) (seksualiteit) een bronstig vrouwtje (bijv. merrie, koe, ooi) bevruchten (door het mannetje)
Etymologie
* In de betekenis van ‘beschermen (met schild en fig.)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Vertalingen
Engelscover, set, cover
Spaanscubrir, tapar, poner
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek