dekken

/ˈdɛkən/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) voorzien van een dak
    Dat huis is met riet gedekt.
  2. ov (ov) de tafel ~ alles op tafel leggen en zetten voor het houden van een maaltijd
    Zij dekte de tafel voor het kerstmaal.
  3. ov (ov) een verzekering voor een eventualiteit afgesloten hebben
    Het geleden verlies bleek maar gedeeltelijk gedekt.
  4. ov (ov) ondersteuning voor iets verlenen
    De regering dekte zijn eigenzinnige optreden niet langer.
  5. ov, dierkunde, veeteelt, seksualiteit (ov) (dierkunde) (veeteelt) (seksualiteit) een bronstig vrouwtje (bijv. merrie, koe, ooi) bevruchten (door het mannetje)

Etymologie

* In de betekenis van ‘beschermen (met schild en fig.)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Vertalingen

Engelscover, set, cover
Spaanscubrir, tapar, poner