dekgeld
onzijdig (het)/'dɛkxɛlt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geld dat de eigenaar van een mannelijk dier krijgt voor het bevruchten van een vrouwelijk dierDie stal, met pakweg twaalf werknemers en honderd paarden, kost Visser naar eigen zeggen „meer dan 100.000 euro per maand”. Zijn enige inkomsten zijn nu dekgeld en prijzengeld. Een betere ruiter dan Gerco Schröder kan hij zich in dat opzicht overigens niet wensen. Sinds zijn olympische succes sprong de kleine Tubbergenaar bijna 600.000 euro bij elkaar. Tubantia 09-06-13 [https://www.tubantia.nl/sport-regionaal/de-strijd-van-gerco-schroder-en-zijn-stal~a93fd24c/ De strijd van Gerco Schröder en zijn stal]Als de hengst die prestatie volgend jaar op de baan kan realiseren, staan merries uit de hele wereld in de rij om door hem te worden bevrucht - voor dekgelden van enkele honderdduizenden euro's. En als de hengst van zestien miljoen dan in Ierland ter dekking staat, is dat vrij van inkomstenbelasting; de Ierse overheid int geen belasting over inkomsten die zijn verkregen uit dekkingen door paarden. NRC Jacob Melissen 16 maart 2006 [https://www.nrc.nl/nieuws/2006/03/16/miljoenen-voor-een-paard-zonder-naam-en-palmares-11097339-a815114 Miljoenen voor een paard zonder naam en palmares]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek