degel

mannelijk (de)/'deɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rechthoekige plaat waarmee in een hoogdrukpers het papier tegen drukvorm wordt gedrukt om een afdruk te krijgen
    Dan ging dat persje draaien; er zat een scharnier aan de degel, een soort plat vlak, dat tegen het zetsel drukte en weer openging.
  2. verouderd (verouderd) ketel, pot
  3. vlag

Etymologie

*3.: van דֶּגֶל (dègel)