defibrillator

mannelijk (de)/defibrɪ'latɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch, gereedschap (medisch) (gereedschap) een apparaat waarmee met behulp van stroomstoten het normale hartritme hersteld kan worden
    Dankzij de defibrillator overleven veel mensen een hartaanval.
    Ik heb de man gezien. Eén bonk vet. Geloof me, met nog geen tien defibrillators had men dat hart weer aan de praat gekregen.

Etymologie

*afgeleid van defibrilleren

Vertalingen

Engelsdefibrillator
DuitsDefibrillator
Spaansdesfibrilador